Wacht niet met het lezen van gedichten en korte verhalen totdat je je been hebt gebroken!

1974

the blues

De zomer van 1974 zou er een worden met een enorme anticlimax. Het door Rinus Michels geïntroduceerde totaal voetbal was op alles voorbereid behalve in het verliezen van een WK finale.

Toen het noodlot zich voltrok werd het een nationaal trauma. Ik was elf en kon de teleurstelling nauwelijks aan en met mij 13 miljoen Nederlanders. Herman Kuiphof drong zich op als de nationale therapeut en met de woorden “zijn we er toch ingetuind” kon het verwerkingsproces beginnen. Niet voor mijn zus, want ze hield niet van voetbal. Voor haar deed het geheel surrealistisch aan. Mannen en jongens die van slag raakten van een potje voetbal, ik heb het geprobeerd uit te leggen maar tevergeefs.

Het was zo klaar als een klontje, de finale zou een formaliteit zijn. De jongens zouden met de wereldcup richting Amsterdam vertrekken om daar als helden te worden ontvangen. De tegenstander had weliswaar het thuisvoordeel maar wij hadden Cruijff, Neeskens de 'Kromme' en een batterij aan begenadigde spelers. Toch ging het fout. Het begon zo goed. Nederland kreeg in de eerste minuut een penalty. Neeskens schoot deze snoeihard erin. De buit was binnen! Dat dachten we. Dit bleek een cruciale denkfout te zijn! Voor onze tegenstanders was de wedstrijd pas over als ze onder de douche stonden. We hadden het kunnen weten, maar tegen de euforie van een 1-0 voorsprong in de eerste minuut is geen kruid gewassen.

Voor mij werd het een pik en pik zwarte zondag. Ik weet het nog als de dag van gisteren. In de laatste vijf minuten moest het toch mogelijk zijn om minstens één doelpunt te scoren om vervolgens in de verlenging de beslissing te forceren. Het gebeurde niet. De West Duitsers deden de wedstrijd op slot en toen het eindsignaal klonk ging bij mij het licht uit.Wat er fout was gegaan? Niemand heeft het zo treffend kunnen verwoorden als Johan Cruijff: “Het was niet West Duitsland die de wedstrijd won maar het was Nederland die de finale verloor”.

Zo zwart als het voor mij werd zo licht was het voor mijn zus. Ze heeft geen moment geleden onder het collectieve trauma. Voetbal, waar was dat goed voor? Zij ging die dag zwemmen met haar vriendinnen, om van de cola, het weer, het water maar met name om van de aandacht die ze van de jongens kreeg te genieten. Speciaal voor haar en al die meiden die liever naar het zwembad gaan dan naar een voetbalwedstrijd hier het gedicht The Summer I Was Sixteen.

Oh ja, wij hebben er nog 14 jaar over kunnen doen om het trauma te verwerken. De verlossing kwam op een mooie dinsdagavond in Hamburg, waarvoor dank aan Marco van Basten en de zijnen.

The Summer I Was Sixteen by Geraldine Connolly

The turquoise pool rose up to meet us,
its slide a silver afterthought down which
we plunged, screaming, into a mirage of bubbles.
We did not exist beyond the gaze of a boy.

Shaking water off our limbs, we lifted
up from ladder rungs across the fern-cool
lip of rim. Afternoon. Oiled and sated,
we sunbathed, rose and paraded the concrete,

danced to the low beat of "Duke of Earl".
Past cherry colas, hot-dogs, Dreamsicles,
we came to the counter where bees staggered
into root beer cups and drowned.

We gobbled cotton candy torches, sweet as furtive kisses,
shared on benches beneath summer shadows.
Cherry. Elm. Sycamore. We spread our chenille
blankets across grass, pressed radios to our ears.

mouthing the old words, then loosened
thin bikini straps and rubbed baby oil with iodine
across sunburned shoulders, tossing a glance
through the chain link at an improbable world.