Wacht niet met het lezen van gedichten en korte verhalen totdat je je been hebt gebroken!

Schoonheid en Realiteit

lot in eigen handen

Schoonheid is de onderliggende structuur waar realiteit op berust. Dit axioma is de grondgedachte van elk fundamenteel onderzoek. Je komt het in het gehele spectrum van wetenschappelijk en niet-wetenschappelijk onderzoek tegen; in de fysica, in de wiskunde, in de filosofie, in de kunst zelfs in religieuze wereldbeschouwingen. Een axioma is per definitie niet te bewijzen, je kunt het hooguit aannemelijk maken. Gegeven mijn persoonlijke interesse in de relatie tussen Schoonheid en Realiteit, zal ik in deze blogpost een poging wagen.

Een object of subject heeft schoonheid als het mooi is. Het bijwoord 'mooi' moet hier in een breder context worden opgevat dan wat normaal gesproken eronder wordt verstaan. Dat men schoonheid niet moet verwarren met het alledaagse gebruik van het woord 'mooi' heeft Vincent van Gogh ons laten zien met zijn schilderij een paar schoenen. Voordat Vincent van Gogh dit meesterwerk schilderde waren afgetrapte schoenen synoniem voor rotzooi. Van Gogh toont ons dat wie bereid is echt te zien overal schoonheid kan ontdekken, zelfs in een paar afgetrapte schoenen. Op deze wijze bezien impliceert het schilderij een paar schoenen dat realiteit en schoonheid aan elkaar gelinkt zijn.

Voor een fysicus bezit een theorie schoonheid als deze op een betrekkelijk eenvoudige wijze een fenomeen weet te beschrijven en als de bijbehorende formules voldoen aan een bepaalde symmetrie. Je kunt stellen dat in de fysica eenvoud en symmetrie de kenmerken zijn van schoonheid. De zoektocht naar de unificatie theorie is hier een voorbeeld van. Het doel is om alle krachten te verenigingen in één universeel principe. Het vinden van dit principe was het ideaal van Albert Einstein. Deze puzzel is nog niet opgelost. Volgens de Amerikaanse fysicus Steven Weinberg zal het toepassen van symmetrie een belangrijke rol spelen bij het oplossen van dit vraagstuk. Impliciet gaat men ervan uit dat realiteit berust op schoonheid, waarbij schoonheid synoniem staat voor eenvoud en symmetrie.

In de ideeënwereld van Plato vinden we een soortgelijke opvatting over de relatie tussen realiteit en schoonheid. Volgens Plato is de werkelijkheid afgeleid uit abstracte objecten die in essentie perfect van vorm zijn. Neem als voorbeeld een gelijkzijdige driehoek. Als je deze zou willen tekenen, ook al gebruik je hiervoor een computerprogramma, dan is dit een onmogelijke taak. Alle drie de zijden zullen nooit even groot zijn. Alleen in abstractie kun je van een gelijkzijdige driehoek spreken. De realiteit is, in deze opvatting, afgeleid van abstracte objecten (ideeën). Deze opvatting is niet zo vreemd als je op het eerste gezicht zou denken. Plaats een stukje metaal onder een elektronenmicroscoop en je zult zien dat de atomen in een roosterstructuur gerangschikt zijn. Natuurlijk niet perfect. Als je vervolgens dit rooster met abstracte formuleringen beschrijft, heb je meteen de ideeënwereld van Plato te pakken. Schoonheid is in de ideeënwereld van Plato gedefinieerd als abstracte (perfecte) vormen waarvan alle objecten en subjecten in de reële wereld zijn afgeleid.

De wiskunde ontleend zijn bestaansrecht aan schoonheid; zonder schoonheid geen wiskunde. In elk wiskundig bewijs schuilt schoonheid. De schoonheid van zuiver redeneren vind je in het vakgebied logica. Hier geen mitsen en maren, alleen stellingen met elegante bewijsvoeringing. Wiskunde is schoonheid.

Met name in religieuze wereldbeschouwingen vind je de opvatting dat de realiteit gelijk is aan schoonheid. Een voorbeeld hiervan vind je in het boeddhistisch verhaal de bloemenpreek. De boeddha was tegen het eind van zijn leven op zoek naar een opvolger. Hij riep zijn volgelingen bij elkaar voor een preek. Alle aanwezige verwachtte dat de boeddha zou spreken. In plaats daarvan zei de boeddha tijdens deze 'lezing' geen woord maar hield een bloem tussen zijn duim en wijsvinger omhoog en draaide subtiel aan het steeltje. Bij het zien van dit gebaar begon Mahakasyapa te glimlachen. De boeddha herkende in deze glimlach zijn opvolger.

Waarom begon Mahakasyapa te glimlachen en waarom herkende de boeddha in deze glimlach Mahakasyapa als zijn opvolger? Wat de boeddha aan de aanwezigen liet zien was de schoonheid van de bloem. Als je de schoonheid van de bloem ziet dan ben je ook instaat om schoonheid in al het andere te zien. Als je op zo'n manier kunt kijken, kun je de objecten en subjecten volledig tot in de kern begrijpen. Door het ene tot in de kern te begrijpen, begrijp je ook het universum (alles). Dit was de betekenis van de glimlach van Mahakasyapa. Schoonheid is in de boeddhistische leer onlosmakelijk verbonden met realiteit.

In ons dagelijks leven levert het zien van schoonheid een zekere sereniteit op gepaard gaande met innerlijke rust en een diep gevoel van waardering en verwondering. Intuïtief voelt iedereen aan dat realiteit en schoonheid hand in hand gaan. Elke willekeurige wandeling in de natuur doet je beseffen dat het zo is. Het gedicht The Summer Day van Mary Oliver beschrijft dit op een treffende manier.

The Summer Day by Mary Oliver

Who made the world?
Who made the swan, and the black bear?
Who made the grasshopper?
This grasshopper, I mean-
the one who has flung herself out of the grass,
the one who is eating sugar out of my hand,
who is moving her jaws back and forth instead of up and down-
who is gazing around with her enormous and complicated eyes.
Now she lifts her pale forearms and thoroughly washes her face.
Now she snaps her wings open, and floats away.
I don't know exactly what a prayer is.
I do know how to pay attention, how to fall down
into the grass, how to kneel down in the grass,
how to be idle and blessed, how to stroll through the fields,
which is what I have been doing all day.
Tell me, what else should I have done?
Doesn't everything die at last, and too soon?
Tell me, what is it you plan to do
with your one wild and precious life?